aanpak P&C-cyclus: begroting 2026

De Rekenkamer Rotterdam heeft de gemeenteraad een brief gestuurd over de begroting voor 2026. Daarmee wil de rekenkamer de raad ondersteunen in het verwerken van informatie uit financiële stukken. In deze brief bespreekt de rekenkamer de navolgbaarheid van twee onderdelen van de begroting: de programma’s en het meerjarig financieel beeld.

De rekenkamer bekeek 3 van de 18 programma’s: (1) Armoede, schuldhulpverlening, inburgering en samenleving; (2) Beheer van de stad; en (3) Volksgezondheid. Dat deed zij door te kijken naar de 4 zogeheten w-vragen: wat willen we bereiken, wat gaan we daarvoor doen, wie zijn daarbij betrokken, en wat mag dat kosten. De rekenkamer constateert dat de begroting scherper kan toelichten welke concrete acties de gemeente komend jaar gaat uitvoeren en wat dat (extra) kost.

Het valt de rekenkamer op dat de begroting vooral terugkijkt in plaats van vooruitkijkt. Terugkijken is leerzaam, maar terugkijken alléén is niet voldoende. Een begroting stelt namelijk de financiële kaders voor het komende jaar vast. Zo wordt er teruggeblikt op de oprichting van Geldplein – de afdeling die de schuldhulpverlening uitvoert – in 2025, maar niet vooruitgeblikt op wat Geldplein in 2026 gaat doen.

Ook wordt onvoldoende duidelijk waarom er meer of minder geld voor programma’s nodig is in 2026. Zo reserveert de begroting minder geld voor het programma Volksgezondheid, maar wordt niet uitgelegd welke taken de gemeente minder gaat uitvoeren. Het programma Beheer van de stad stelt juist wel dat de gemeente met extra inzet naast de afvalcontainer geplaatst afval sneller wil opruimen, maar licht niet toe hoe dit betaald wordt.

Verder bekeek de rekenkamer het meerjarig financieel beeld. Rotterdam staat er volgens het college financieel gezond voor. De rekenkamer plaatst daar enkele kanttekeningen bij. Zo merkt zij op dat in de begroting niet wordt toegelicht waarom de verwachte financiële positie voor 2026 is verslechterd. Vanaf 2027 raamt de begroting weer een positief resultaat, maar toelichting waarom dat het geval is, ontbreekt. Uit een eigen analyse van de rekenkamer blijkt dat de afgelopen jaren het resultaat telkens negatief bleek, terwijl twee jaar van te voren steeds een positief resultaat werd geraamd.