Nieuws
Rekenkamer blijft met vragen zitten na bestuderen jaarstukken
dinsdag 19 mei
Wat heeft Rotterdam bereikt in 2025? En hoeveel kostte dat? De jaarstukken moeten antwoord geven op zulke vragen. Zo kan de gemeenteraad beoordelen of het college het vorig jaar goed heeft gedaan en wat er in de toekomst beter kan. In de praktijk geven de jaarstukken geen duidelijk antwoord op deze vragen, ziet de Rekenkamer Rotterdam in haar rapport ‘Rode draden: Jaarstukken 2025’.
Rotterdam gaf in 2025 bijna € 200 miljoen minder uit dan verwacht. Het college van Burgemeester en Wethouders legt in de jaarstukken niet uit waarom zo’n groot verschil pas achteraf bekend wordt. Het college maakt ook niet duidelijk wat de gevolgen van deze lagere uitgaven zijn voor de stad. Het onderzoek van de rekenkamer laat zien dat dit voornamelijk komt door uitstel en vertraging van projecten. De jaarstukken leggen niet uit hoe deze doelen in 2026 alsnog behaald zullen worden.
Het is in de jaarstukken vaak onduidelijk welke plannen wel en welke niet zijn gelukt. Hierdoor kan de gemeenteraad niet vaststellen welke prestaties voor Rotterdam zijn behaald, terwijl dat wel de kern is van de jaarstukken. Ook de lessen voor de toekomst ontbreken nog in de jaarstukken.
Vragen en aandachtspunten
De rekenkamer stelde vragen en aandachtspunten op. Raadsleden kunnen deze aan het college stellen en gebruiken in het debat met het college. “Uit de jaarstukken moet het voor de gemeenteraad helder zijn wat de resultaten zijn van het afgelopen jaar. Niet alleen financieel, maar ook de geleverde prestaties. Goede verantwoording zorgt ervoor dat de gemeenteraad kan beoordelen of het geld van de Rotterdammers goed is besteed en stelt de gemeente in staat om te leren van het afgelopen jaar”, zegt Sjoerd Keulen, directeur van de Rekenkamer Rotterdam.
Naast vragen en aandachtpunten staan in het rapport ‘Rode draden: Jaarstukken 2025’ ook voorbeelden van onduidelijke of ontbrekende informatie. In de serie ‘Rode draden’ publiceerde de rekenkamer vorig jaar een brief over de begroting 2026. De komende raadsperiode zal de rekenkamer deze serie uitbreiden om de gemeenteraad te ondersteunen in het uitvoeren van zijn budgetrecht.
Vergroening in de steden: de aanbevelingen van de Rekenkamer Rotterdam
dinsdag 28 april
In een recent artikel in het NRC wordt duidelijk dat de ambitieuze groene plannen van steden zoals Rotterdam, Amsterdam, Utrecht en Den Haag vaak niet worden gerealiseerd. Uit onderzoeken van de Rekenkamers van deze steden blijkt dat de gestelde doelen voor vergroening en klimaatadaptatie niet concreet genoeg zijn, wat de voortgang bemoeilijkt. De Rekenkamer Rotterdam heeft specifiek gewezen op de vaagheid van deze doelstellingen. Zonder heldere en haalbare doelen is het moeilijk om te beoordelen of de gewenste resultaten worden behaald.
Een belangrijke belemmering is de beperkte financiering. In Rotterdam zijn de middelen voor vergroening en onderhoud onvoldoende om de gestelde ambities waar te maken. De Rekenkamer concludeert dat de stad meer concrete doelen en een gedetailleerd budget nodig heeft om haar groene ambities daadwerkelijk te realiseren.
Daarnaast waarschuwt de Rekenkamer Rotterdam voor de te eenzijdige focus op meetbare prestaties, zoals het afvoeren van water via riolering. Vergroening moet niet alleen als een bijzaak worden gezien, maar als een fundamentele investering voor gezondheid, biodiversiteit en klimaatadaptatie. Het vergroenen van de stad biedt immers veel bredere voordelen, zoals het verbeteren van de waterafvoer bij extreme regenval en het bevorderen van sociale cohesie in buurten.
Conclusie: De Rekenkamer Rotterdam pleit voor duidelijke, haalbare doelen, voldoende financiële middelen en een bredere, integrale benadering van vergroening. Alleen door deze zaken beter af te stemmen kunnen de steden hun groene ambities waarmaken en zich beter aanpassen aan de klimaatuitdagingen van de toekomst. Het college heeft bijna alle aanbevelingen overgenomen en werkt momenteel hard aan de aanpassing van de groene plannen.
Lees het volledige artikel in NRC voor meer details. Het hele rapport van de Rekenkamer Rotterdam vindt u hier
Bron: NRC
Foto: Willem de Kam
Sterke lokale democratie vraagt om sterke samenwerking én ruimte voor kritische tegenkracht.
donderdag 23 april
De Rekenkamer Rotterdam, de ombudsman en de griffie zijn recent gestart met een reeks gezamenlijke sessies om het onderlinge contact verder te verdiepen. In deze bijeenkomsten nemen we de tijd om elkaar beter te begrijpen, kritische vragen te stellen en samen te verkennen hoe we onze samenwerking nog beter kunnen afstemmen. Ook kijken we nadrukkelijk naar hoe we meer zicht krijgen op elkaars rol en werkzaamheden.
Tijdens de eerste sessie mochten we auteur Marius Bakx (gemeente Tilburg) verwelkomen, die ons meenam in het belang van tegenmacht binnen de lokale democratie, zoals hij beschrijft in zijn boek Vormen van tegenmacht. Zijn inzichten vormden een waardevolle basis voor het gesprek dat volgde.
Samen gingen we in op vragen als:
– In hoeverre benutten we tegenmacht in een adviserende rol?
– Hoe waarborgen we voldoende tegenkracht wanneer politieke diversiteit onder druk staat?
– En hoe betrekken we inwoners nog beter bij ons werk en onze processen?
Het zijn essentiële vraagstukken die ons blijven uitdagen en richting geven in ons dagelijks werk.
Na deze succesvolle eerste sessie staan er nog meerdere bijeenkomsten gepland. Met als doel: de samenwerking versterken, het onderlinge begrip vergroten en samen blijven bouwen aan een krachtige en evenwichtige lokale democratie.