thuis in cijfers

Betere cijfers nodig voor Rotterdams woonbeleid

Sinds 2015 is de Woonvisie Rotterdam de leidraad voor het Rotterdamse woonbeleid. Daarin geeft de gemeente voor de periode tot 2030 onder andere aan hoeveel huizen er in elke prijsklasse zouden moeten zijn en welke afspraken zij wil maken met woningcorporaties, andere verhuurders en bouwers. Vandaag publiceert de Rekenkamer Rotterdam het rapport “Thuis in cijfers” over de Rotterdamse woonvisie. Een belangrijke conclusie is dat de gemeente haar beleid onderbouwde met wankele cijfers.

cijferproblemen
Volgens de woonvisie – en de bijstelling daarvan uit 2019 – moeten er vooral meer middeldure en dure woningen bijkomen om goed aan te sluiten bij de vraag van Rotterdamse huishoudens. Het perfect in beeld brengen van de bestaande woningmarkt is voor niemand haalbaar want over sommige onderdelen van vraag en aanbod zijn in Nederland geen harde gegevens. De rekenkamer stelt echter vast dat de gemeente Rotterdam cijfers gebruikte die minder exact en volledig waren dan dat zij presenteerde. De gemeente gebruikt namelijk bijvoorbeeld cijfers over het prijspeil van de particuliere huurvoorraad die weinig betrouwbaar zijn. Verder kijkt ze naar WOZ-waarden om te weten hoeveel woningen er van elke prijsklasse in de stad staan. WOZ-waarden lopen echter altijd twee jaar achter op de marktontwikkeling. Ook het aantal Rotterdamse huishoudens per inkomensgroep brengt de gemeente in haar voortgangsrapportages niet volledig in beeld. Door deze en andere problemen zijn de cijfers die het gemeentelijk woonbeleid onderbouwen, wankel. De analyse van de rekenkamer van de beschikbare en beperkte cijfers maakt duidelijk dat het percentage goedkopere woningen in Rotterdam in de periode 2015-2020 sterk afnam, terwijl het aandeel lage-inkomenshuishoudens ongeveer gelijk gebleven is.

weinig overleg met vragers
De rekenkamer keek ook naar de overleggen over woonbeleid die de gemeente organiseert. Er zijn verschillende terugkerende overleggen met aanbieders op de woningmarkt: bouwers, corporaties, investeerders. Overleg met vragers (dus zittende bewoners en woningzoekenden) heeft de gemeente maar heel minimaal opgezet. Bovendien heeft de gemeente niet geborgd dat huurders van corporatiecomplexen die grondig verbouwd of gesloopt worden, goed en op tijd met hun corporatie en de gemeente kunnen overleggen.

gebruik van cijfers en signalen verbeteren
Verschillende signalen uit de Rotterdamse samenleving wezen erop dat de markt voor goedkope woningen steeds krapper werd. Die signalen leidden er niet toe dat het college de huidige woonvisie kritisch onder de loep legde en waar nodig aanpaste. De rekenkamer geeft het college verschillende aanbevelingen mee voor de nieuwe woonvisie die de gemeente gaat schrijven. Eén aanbeveling is dat de gemeente meer overleg organiseert met vragers op de woningmarkt. Andere aanbevelingen zijn om naar de raad steeds aan te geven wat de onzekerheden en beperkingen van de gebruikte cijfers zijn en om ook andere relevante cijfers en signalen in kaart te brengen voor de raad. Het college neemt deze aanbevelingen allemaal grotendeels of gedeeltelijk over, maar niet alle voorstellen die erbij horen.

 

Op 9 september 2022 om 12.12 uur  heeft de rekenkamer het rapport met een gewijzigde versie van pagina 1 gepubliceerd, de rest van het rapport is ongewijzigd ten opzichte van de versie die diezelfde dag om 11.00 uur werd gepubliceerd. Er zal begin volgende week nog een volledig opgemaakte versie volgen, opnieuw zonder wijzigingen van de inhoud van het rapport. Op 15 september 2022 is het volledig opgemaakte rapport op de website geplaatst.